Home

Het boek is inmiddels leverbaar via Noordboek en de boekhandel.

 

Een bouwhistoricus zal een pand veelal dateren aan de hand van de bouwtechnische en stilistische kenmerken. De gangbare theorie is dat bouwkenmerken  een relatie hebben met de periode waar ze uit stammen. In de praktijk is dat lang niet altijd het geval. De bouwtechnische veranderingen of stilistische vernieuwingen dringen niet overal even snel door en het was erg afhankelijk van de opdrachtgever en bouwers of zij heel “modern” bouwden of nog heel conservatief. In de boerderijbouw zijn qua bouwontwikkeling totaal verschillende bouwmethoden/technieken aanwijsbaar die toch uit exact dezelfde periode stammen. Verder zijn er verschillende voorbeelden te vinden waarbij een gebouw al binnen een halve eeuw in exact dezelfde stijl werd uitgebreid. Deze verschillen zijn bouwhistorisch niet detecteerbaar. Uitsluitend afgaan op de bouwhistorische kenmerken kan dus geen absoluut zekere datering opleveren maar enkel een globale en onzekere aanwijzing voor de bouwperiode zijn.

In mijn onderzoek naar de Friese greide-boerderijen, maar nu ook bij het onderzoek naar stadspanden en kerken, stuitte ik al snel op dit probleem. Om alle kleine ontwikkelingsstappen, die er over de eeuwen heen hebben plaatsgevonden, op de juiste manier chronologisch te kunnen duiden, was het nodig om de houten constructies dendrochronologisch te dateren. De dendrochronologie, oftewel de boom-tijd-kunde, geeft in de meeste gevallen de exacte kapdatum van het hout. Het hout werd over het algemeen binnen één tot twee jaar in de bouw toegepast en dus volgt uit de kapdatum van het hout ook een vrij zekere bepaling  van wanneer het hout in de bouw is toegepast. Dendrochronologisch kunnen ook meerdere bouwfasen in een gebouw worden ontdekt. Wanneer is welk hout precies aan de constructie toegevoegd, of wanneer zijn er grote verbouwingen geweest?

Gezien de omvang van het onderzoek en de daaruit volgende hoge kosten voor dendrochronologische dateringen was dit alleen maar uitvoerbaar door het dendrochronologisch onderzoek in eigen beheer te gaan doen. Het boerderijenonderzoek bood door zijn grote omvang de mogelijkheid om veel boorstalen te kunnen verzamelen. Hoe meer stalen hoe beter want van de meetreeksen van de jaarringen van die stalen kunnen kalenders worden gemaakt waartegen weer nieuwe stalen gedateerd kunnen worden.
Het onderzoek van ruim 200 boerderijen, maar ook 35 kerken en vele tientallen stadspanden leverde inmiddels meer dan 4500 houtstalen.  Het boerderijenonderzoek is met het verschijnen van mijn boek ‘Houtstromen, Bossen, binten en Boerderijen afgerond. 

Eind 2017  is het bedrijf Borghaerts HoutDateRing opgericht. Naast commerciële dateringen is het doel om de snel groeiende stalencollectie te vergroten en te behouden voor de toekomst. Het ligt voor de hand dat men in de toekomst in staat zal zijn om op basis van DNA of chemische samenstelling, of door betere dendrochronologische programma’s, meer kennis uit het stalenmateriaal te halen. 

 

Paul Borghaerts november 2021