Hichtum

Geschiedenis kerk Hichtum

In de kerk van Hichtum is medio november 2017 dendrochronologisch onderzoek gedaan naar de ouderdom van het houtwerk in de kerk. In de toren is de klokkenstoel onderzocht en de klampconstructie in de onderste geledingen van de toren. Verder is er onderzoek gedaan naar de ouderdom van de constructie van het tongewelf boven de kerkruimte.

De klokkenstoel staat vrij van de muren en heeft zijn fundering 7 tot 8 meter lager dan het punt waar de klokken hangen. Dit is om te voorkomen dat de dwarskrachten, die vrijkomen bij het luiden van de klokken, het steenwerk van de toren ontzetten.

Op twee plaatsen is het jaartal 1735 in het hout van de klokkenstoel ingesneden. Rechtsonder op de foto is het telmerk III te zien, dat het derde juk van de klokkenstoel aangeeft. De letters SC zullen de initialen van de maker zijn.

wan spint ringen jaar
3e geleding klok korbeel R voor J 0 24 177 1734 Duits
3e geleding klok middenligger R J 1 19 176
3e geleding klok middelste dekbalk N 0 0 142 1713 Duits
2e geleding korbeel 4 N 1 0 125 1711 Duits
2e geleding korbeel 5 N 0 20 130 1733 Duits

De klokkenstoel is gemaakt van Duits eikenhout, gekapt in het jaar 1734 om één jaar later voor de bouw van de klokkenstoel gebruikt te worden.

Het onderste gedeelte van de klokkenstoel, ter hoogte van de tweede geleding, heeft kruisen tussen de stijlen voor dwarsverband. Deze kruisen zijn gemaakt van over de lengte doorgezaagd eiken rondhout. Het jongste kapjaar van dit hout, met spint en wan, is 1734. Daaruit blijkt dat zowel de klokkenstoel als de kruislingse verstevigingen tussen de stijlen van de klokkenstoel  in 1735 zijn gemaakt.

 

De muren van de toren onder de klokkenstoel zijn geklampt met een vergelijkbare kruisconstructie van eiken balken. De foto laat laat deze kruisen en bovenin nog net de onderste funderingsbalken van de klokkenstoel zien. Het gebruikte hout heeft onvoldoende jaarringen om tot een datering te komen.

acrobatische toeren om goede stalen én foto’s te kunnen verkrijgen

De zoldering boven de kerkruimte is uiterst praktisch verlicht met kerstverlichting. Het houtwerk ziet er perfect uit.  Volgens de tekst van de protestante gemeente bovenaan dit artikel zou het tongewelf van 1730 moeten zijn.  Tot mijn verbazing bleek het hout echter aanzienlijk ouder te zijn. Blijkbaar is het dak altijd goed dichtgehouden, kon er niet veel insecten op de zoldering komen en is het er altijd aardedonker geweest. Dit hout ziet er puntgaaf uit, maar is wel van 1564! Meerdere stalen hebben met een hoge correlatiecoëfficiënt en T-waarde laten zien dat het hier Noors eikenhout betreft met kapjaren tussen 1562 en 1564. De constructie van het tongewelf is daarmee te dateren op 1565-1567.

wan spint ringen jaar
tongewelf hanenbalk 3 vanaf toren J 0 18 98 1563 Noors
tongewelf hanenbalk 2 vanaf toren J 0 12 68 1564 Noors
tongewelf hanenbalk 1 vanaf toren N 28 22 128
tongewelf 1e koorbalk achterste dekbalk J 0 12 112 1562 Noors
tongewelf 4e koorbalk achterste dekbalk J 0 11 130 1562 Noors
tongewelf achterste dekbalk J 0 13 73 1563 Noors

 

Het verhaal over de verbouwing van het tongewelf in 1730 blijkt dus onjuist. Mogelijk berust het hierop, dat de planken delen en de ribben van het gewelf aan de binnenkant van de kerkruimte toen van vorm zijn veranderd. Maar ook de balken boven het koor van de kerk zijn zestiende-eeuws, en daarmee is het koor dus ook aanzienlijk ouder dan 1730.

laatmiddeleeuws telmerk  op een stijl en een korbeel van het schaargebint dat het dak draagt boven het tongewelf: een romeinse V met een extra streep die aangeeft dat het het vijfde spant betreft aan de linkerkant

tekst, foto’s, boringen, metingen en datering Paul Borghaerts ©

Sofware Cdendro 9.1  17-11-2017 en 15-12-2017